Kan Reumatoïde artritis voorkomen worden of uitgesteld ? Door Omega-3 vetzuren.

Reumatoïde artritis is een chronische ontstekingsziekte. Deze
ontsteking ontstaat doordat het afweersysteem zich om nog
onbekende redenen tegen het eigen lichaam keert. Ontsteking
komt voor in en rond de gewrichten.
Meestal treedt deze ontsteking op in voeten en handen, maar alle
gewrichten zijn vatbaar voor reumatoïde artritis. (zie foto)
De exacte oorzaak is nog onbekend maar het is waarschijnlijk te wijten aan een defect immuunrespons.
Let op: Voeding vervangt u medicamenteuze behandeling niet !
Omega-3 vinden we terug in onze voeding ,voornamelijk in makreel en zalm, sardienen of rivierpaling.
Maar onderzoek heeft gebleken dat personen die extra omega-3 supplementen namen de ziekte minder snel vorderde en dat de symptomen verminderde.

Meer informatie :
De medische voet (jaargang 4 augustus 2016)
of extra info op
http://www.raliga.be/…/Brochure%20Voeding%20en%20reumato%C3…

Wintervoeten en handen. (perniosis)

Wintertenen (winterhanden, wintervoeten) ontstaan door een abnormale reactie van de kleine bloedvaten in de huid bij blootstelling aan kou.

Perniones (klik op foto voor vergroting) [bron: fotoarchief]Perniones (klik op foto voor vergroting) [bron: www.plazilla.com]Perniones (klik op foto voor vergroting) [bron: fotoarchief]

De normale reactie bij blootstelling aan een koude omgeving is dat de oppervlakkige kleine vaten minder bloed doorlaten (vasoconstrictie), zodat er minder bloed naar de huid gaat. De kerntemperatuur van het lichaam blijft daardoor op peil, de temperatuur van de huid daalt. Als de huidtemperatuur te laag wordt, treedt een beschermingsmechanisme in werking, de vaatjes worden juist opengezet (vasodilatatie) en de huid warmt snel op, wordt rood en warm, gaat gloeien.

Bij wintertenen reageren de vaatjes anders. In de wat grotere vaten (arteriolen) in de diepere gedeelten van de huid treedt na blootstelling aan kou een langdurige, aanhoudende vasoconstrictie (dichtknijpen van de vaatjes) op, die niet automatisch gevolgd wordt door vasodilatatie (vaatverwijding). De kleine haarvaten in de oppervlakkige lagen van de huid gaan wel maximaal openstaan, in een poging om de afsluiting in de diepte op te vangen. Het gevolg daarvan is rode, gloeiende, vaak jeukende of branderige plekken op de aan kou blootgestelde plekken, vooral de vingers, handen, tenen, voeten, hielen, en onderbenen. Het kan ook voorkomen aan de dijen, neuspunt, en de oorranden. Een enkele keer kunnen blaren of wonden ontstaan in de aangedane gebieden. Meestal gaan de plekken vanzelf weer over binnen een week, maximaal 3 weken.

De oorzaak van dit abnormale reactiepatroon is niet bekend. Deels speelt een erfelijke aanleg mee, want het komt in families voor. Het wordt ook wat vaker gezien bij mensen met een slechte voedingstoestand, o.a. bij anorexia nervosa. 

Behandeling is moeizaam, het beste is om blootstelling aan kou te voorkomen. Draag dikke sokken en warme, ruime, goed isolerende schoenen, handschoenen, en andere beschermende kleding. Zorg dat sokken en schoenen droog blijven. Draag geen te nauwe of knellende schoenen. Zorg ook in huis voor een warme omgeving. Mijd extreme kou, met name temperatuurswisselingen voorkomen. 

Sommige patiënten hebben baat bij pogingen om de lokale bloedvoorziening te verbeteren met wisselbaden (de voeten kortdurend, maximaal 2-3 minuten, onderdompelen in koud water en daarna in warm water) en/of massage, uitgevoerd voordat het winterseizoen begint. Of dit echt goed werkt is niet systematisch uitgezocht, en koud water baden zijn niet zonder risico bij patiënten die gevoelig zijn voor wintervoeten.

Medicamenteuze behandeling: de aangedane plekken kunnen worden ingesmeerd met lokale middelen die de huiddoorbloeding verbeteren. Dit kan zonder gevaar worden uitgeprobeerd. Voorbeelden zijn capsicum crème 0.075% FNA, dat op recept verkrijgbaar is, of Midalgan Forte, verkrijgbaar zonder recept bij drogist of apotheek. Deze middelen worden niet vergoed.    Daarnaast bestaan er een aantal geneesmiddelen die de oppervlakkige vaten openzetten. Deze geneesmiddelen zijn echter niet zonder bijwerkingen en worden daarom met terughoudendheid voorgeschreven.

     

 

 

 

9 leuke voetenfeiten

voeten

Er zijn van die dingen die je gewoon leuk vindt om te weten of om door te vertellen. Feiten over je voeten bijvoorbeeld!

Feit 1
 Vrouwen hebben maar liefst vier keer zo vaak last van voetproblemen als mannen. Waarschijnlijk komt dat door het te lang dragen van hoge hakken. Toch die hippe naaldhakjes maar eens vaker verruilen voor comfortabele gympen.
Feit 2
 Je voet bestaat uit maar liefst 26 beenderen, 33 gewrichten, 107 banden en 10 spieren of pezen.
Feit 3
 Alle botjes in beide voeten vormen samen een kwart van alle beenderen in je lichaam.
Feit 4
 Met een stappenteller zou je waarschijnlijk meten dat je zo’n zeven kilometer per dag loopt. Iemand van 70 jaar heeft dus ongeveer vier keer de aarde rondgewandeld.
Feit 5
 Je kunt je teennagels beter eerst met een kleurloze lak (basecoat) lakken. Je nagel is vrij poreus en als alleen een gekleurde laak aanbrengt, zou je nagel op den duur verkleuren.
Feit 6
 Shoppen voor schoenen kun je het beste aan het eind van de dag doen. Na een dag winkelen zijn je voeten namelijk opgezwollen en heb je zowat een maat groter nodig. Stel je voor dat je ’s morgens je (nog) slanke voeten in een paar fantastische schoenen steekt en je die mooie stappers in de loop van de dag moet uittrekken, omdat ze knellen. Om van alle gevolgen (blaarvorming, eelt, likdoorns) maar niet te spreken.
Feit 7
 Volgens verschillende geneeswijzen weerspiegelen je voeten je gezondheid. De eerste symptomen van ziektes, zoals hart- en bloedvatproblemen, treden volgens hen op aan je voeten.
Feit 8
 Het is bijna een wonder als je geen zweetvoeten hebt. Twee voeten hebben samen ongeveer 250.000 zweetkliertjes die ruim een kwart liter vocht per dag afscheiden.
Feit 9
 Je kunt zelf meten welke schoenmaat je nu echt hebt. Ga met blote voeten op een stuk karton staan en teken de omtrek af. Neem de afbeelding van de grootste voet en meet hier de afstand van het puntje van de grote teen tot de hiel. Dat is je voetlengte. In de tabel vind je vervolgens welke schoenmaat daarbij hoort.